Vervoeging van kruisen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

kruisen
to cross, intersect
weak
Tegenwoordige tijd (ik)kruis
Verleden tijd (ik)kruiste
Voltooid deelwoordgekruist
Volledige vervoeging van het werkwoord kruisen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik kruis
jij kruist (inversie: kruis jij)
u kruist
hij/zij/het kruist
wij kruisen
jullie kruisen
zij kruisen

Verleden tijd

ik kruiste
jij kruiste
u kruiste
hij/zij/het kruiste
wij kruisten
jullie kruisten
zij kruisten

Gebiedende wijs

Imperatief

kruis

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

kruisen

Gerundium

kruisen

Onvoltooid deelwoord

kruisend

Voltooid deelwoord

gekruist

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.