Vervoeging van krijgen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

2 verschillende werkwoorden « krijgen »: krijgen — to get, to receive, to come into possess · krijgen — to wage war, to battle
krijgen
to get, to receive, to come into possession of (anything ranging from concrete to abstract inputs such as news, gift, punishment, et cetera)
strong
Tegenwoordige tijd (ik)krijg
Verleden tijd (ik)kreeg
Voltooid deelwoordgekregen
Volledige vervoeging van het werkwoord krijgen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik krijg
jij krijgt (inversie: krijg jij)
u krijgt
hij/zij/het krijgt
wij krijgen
jullie krijgen
zij krijgen

Verleden tijd

ik kreeg
jij kreeg
u kreeg
hij/zij/het kreeg
wij kregen
jullie kregen
zij kregen

Gebiedende wijs

Imperatief

krijg

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

krijgen

Gerundium

krijgen

Onvoltooid deelwoord

krijgend

Voltooid deelwoord

gekregen
krijgen
to wage war, to battle
weak
Tegenwoordige tijd (ik)krijg
Verleden tijd (ik)krijgde
Voltooid deelwoordgekrijgd

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik krijg
jij krijgt (inversie: krijg jij)
u krijgt
hij/zij/het krijgt
wij krijgen
jullie krijgen
zij krijgen

Verleden tijd

ik krijgde
jij krijgde
u krijgde
hij/zij/het krijgde
wij krijgden
jullie krijgden
zij krijgden

Gebiedende wijs

Imperatief

krijg

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

krijgen

Gerundium

krijgen

Onvoltooid deelwoord

krijgend

Voltooid deelwoord

gekrijgd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.