Vervoeging van kortsluiten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

kortsluiten
to communicate directly, to make arrangements
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)sluit kort
Verleden tijd (ik)sloot kort
Voltooid deelwoordkortgesloten
Volledige vervoeging van het werkwoord kortsluiten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik sluit kort
jij sluit kort
u sluit kort
hij/zij/het sluit kort
wij sluiten kort
jullie sluiten kort
zij sluiten kort

Verleden tijd

ik sloot kort
jij sloot kort
u sloot kort
hij/zij/het sloot kort
wij sloten kort
jullie sloten kort
zij sloten kort

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik kortsluit
(dat) jij kortsluit
(dat) u kortsluit
(dat) hij/zij/het kortsluit
(dat) wij kortsluiten
(dat) jullie kortsluiten
(dat) zij kortsluiten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik kortsloot
(dat) jij kortsloot
(dat) u kortsloot
(dat) hij/zij/het kortsloot
(dat) wij kortsloten
(dat) jullie kortsloten
(dat) zij kortsloten

Gebiedende wijs

Imperatief

sluit kort

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

kortsluiten

Gerundium

kortsluiten

Onvoltooid deelwoord

kortsluitend

Voltooid deelwoord

kortgesloten

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.