Vervoeging van koken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

koken
to cook, boil
weak
Tegenwoordige tijd (ik)kook
Verleden tijd (ik)kookte
Voltooid deelwoordgekookt
Volledige vervoeging van het werkwoord koken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik kook
jij kookt (inversie: kook jij)
u kookt
hij/zij/het kookt
wij koken
jullie koken
zij koken

Verleden tijd

ik kookte
jij kookte
u kookte
hij/zij/het kookte
wij kookten
jullie kookten
zij kookten

Gebiedende wijs

Imperatief

kook

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

koken

Gerundium

koken

Onvoltooid deelwoord

kokend

Voltooid deelwoord

gekookt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.