Vervoeging van knutselen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

knutselen
to DIY; to put something together out of whatever is available at the time, often for fun
weak
Tegenwoordige tijd (ik)knutsel
Verleden tijd (ik)knutselde
Voltooid deelwoordgeknutseld
Volledige vervoeging van het werkwoord knutselen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik knutsel
jij knutselt (inversie: knutsel jij)
u knutselt
hij/zij/het knutselt
wij knutselen
jullie knutselen
zij knutselen

Verleden tijd

ik knutselde
jij knutselde
u knutselde
hij/zij/het knutselde
wij knutselden
jullie knutselden
zij knutselden

Gebiedende wijs

Imperatief

knutsel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

knutselen

Gerundium

knutselen

Onvoltooid deelwoord

knutselend

Voltooid deelwoord

geknutseld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.