to gag, to stifle (physically restrict speech with an object)
Tegenwoordige tijd (ik)knevel
Verleden tijd (ik)knevelde
Voltooid deelwoordgekneveld
Volledige vervoeging van het werkwoord knevelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik knevel
jij knevelt (inversie: knevel jij)
u knevelt
hij/zij/het knevelt
wij knevelen
jullie knevelen
zij knevelen
Verleden tijd
ik knevelde
jij knevelde
u knevelde
hij/zij/het knevelde
wij knevelden
jullie knevelden
zij knevelden
Gebiedende wijs
Imperatief
knevel
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
knevelen
Gerundium
knevelen
Onvoltooid deelwoord
knevelend
Voltooid deelwoord
gekneveld
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.