Vervoeging van knarsen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

knarsen
to creak; to make a high-pitched, grating noise
weak
Tegenwoordige tijd (ik)knars
Verleden tijd (ik)knarste
Voltooid deelwoordgeknarst
Volledige vervoeging van het werkwoord knarsen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik knars
jij knarst (inversie: knars jij)
u knarst
hij/zij/het knarst
wij knarsen
jullie knarsen
zij knarsen

Verleden tijd

ik knarste
jij knarste
u knarste
hij/zij/het knarste
wij knarsten
jullie knarsten
zij knarsten

Gebiedende wijs

Imperatief

knars

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

knarsen

Gerundium

knarsen

Onvoltooid deelwoord

knarsend

Voltooid deelwoord

geknarst

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.