to time, clock
Andere betekenissen: to gurgle · to clock, to measure duration (of)
Tegenwoordige tijd (ik)klok
Verleden tijd (ik)klokte
Voltooid deelwoordgeklokt
Volledige vervoeging van het werkwoord klokken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik klok
jij klokt (inversie: klok jij)
u klokt
hij/zij/het klokt
wij klokken
jullie klokken
zij klokken
Verleden tijd
ik klokte
jij klokte
u klokte
hij/zij/het klokte
wij klokten
jullie klokten
zij klokten
Gebiedende wijs
Imperatief
klok
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
klokken
Gerundium
klokken
Onvoltooid deelwoord
klokkend
Voltooid deelwoord
geklokt
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.