Vervoeging van kleden

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

kleden
to dress
weak
Tegenwoordige tijd (ik)kleed
Verleden tijd (ik)kleedde
Voltooid deelwoordgekleed
Volledige vervoeging van het werkwoord kleden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik kleed
jij kleedt (inversie: kleed jij)
u kleedt
hij/zij/het kleedt
wij kleden
jullie kleden
zij kleden

Verleden tijd

ik kleedde
jij kleedde
u kleedde
hij/zij/het kleedde
wij kleedden
jullie kleedden
zij kleedden

Gebiedende wijs

Imperatief

kleed

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

kleden

Gerundium

kleden

Onvoltooid deelwoord

kledend

Voltooid deelwoord

gekleed

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.