Vervoeging van klateren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

klateren
to gurgle, to splash
weak
Tegenwoordige tijd (ik)klater
Verleden tijd (ik)klaterde
Voltooid deelwoordgeklaterd
Volledige vervoeging van het werkwoord klateren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik klater
jij klatert (inversie: klater jij)
u klatert
hij/zij/het klatert
wij klateren
jullie klateren
zij klateren

Verleden tijd

ik klaterde
jij klaterde
u klaterde
hij/zij/het klaterde
wij klaterden
jullie klaterden
zij klaterden

Gebiedende wijs

Imperatief

klater

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

klateren

Gerundium

klateren

Onvoltooid deelwoord

klaterend

Voltooid deelwoord

geklaterd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.