Vervoeging van klaarspelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

klaarspelen
to manage to get done
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)speel klaar
Verleden tijd (ik)speelde klaar
Voltooid deelwoordklaargespeeld
Volledige vervoeging van het werkwoord klaarspelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik speel klaar
jij speelt klaar (inversie: speel klaar jij)
u speelt klaar
hij/zij/het speelt klaar
wij spelen klaar
jullie spelen klaar
zij spelen klaar

Verleden tijd

ik speelde klaar
jij speelde klaar
u speelde klaar
hij/zij/het speelde klaar
wij speelden klaar
jullie speelden klaar
zij speelden klaar

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik klaarspeel
(dat) jij klaarspeelt
(dat) u klaarspeelt
(dat) hij/zij/het klaarspeelt
(dat) wij klaarspelen
(dat) jullie klaarspelen
(dat) zij klaarspelen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik klaarspeelde
(dat) jij klaarspeelde
(dat) u klaarspeelde
(dat) hij/zij/het klaarspeelde
(dat) wij klaarspeelden
(dat) jullie klaarspeelden
(dat) zij klaarspeelden

Gebiedende wijs

Imperatief

speel klaar

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

klaarspelen

Gerundium

klaarspelen

Onvoltooid deelwoord

klaarspelend

Voltooid deelwoord

klaargespeeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.