Vervoeging van kauwen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

kauwen
to chew
weak
Tegenwoordige tijd (ik)kauw
Verleden tijd (ik)kauwde
Voltooid deelwoordgekauwd
Volledige vervoeging van het werkwoord kauwen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik kauw
jij kauwt (inversie: kauw jij)
u kauwt
hij/zij/het kauwt
wij kauwen
jullie kauwen
zij kauwen

Verleden tijd

ik kauwde
jij kauwde
u kauwde
hij/zij/het kauwde
wij kauwden
jullie kauwden
zij kauwden

Gebiedende wijs

Imperatief

kauw

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

kauwen

Gerundium

kauwen

Onvoltooid deelwoord

kauwend

Voltooid deelwoord

gekauwd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.