Vervoeging van kapotgaan

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

kapotgaan
to break down
irregular separable strong
scheidbaar
onregelmatig
Tegenwoordige tijd (ik)ga kapot
Verleden tijd (ik)ging kapot
Voltooid deelwoordkapotgegaan
Volledige vervoeging van het werkwoord kapotgaan: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik ga kapot
jij gaat kapot (inversie: ga kapot jij)
u gaat kapot
hij/zij/het gaat kapot
wij gaan kapot
jullie gaan kapot
zij gaan kapot

Verleden tijd

ik ging kapot
jij ging kapot
u ging kapot
hij/zij/het ging kapot
wij gingen kapot
jullie gingen kapot
zij gingen kapot

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik kapotga
(dat) jij kapotgaat
(dat) u kapotgaat
(dat) hij/zij/het kapotgaat
(dat) wij kapotgaan
(dat) jullie kapotgaan
(dat) zij kapotgaan

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik kapotging
(dat) jij kapotging
(dat) u kapotging
(dat) hij/zij/het kapotging
(dat) wij kapotgingen
(dat) jullie kapotgingen
(dat) zij kapotgingen

Gebiedende wijs

Imperatief

ga kapot

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

kapotgaan

Gerundium

kapotgaan

Onvoltooid deelwoord

kapotgaand

Voltooid deelwoord

kapotgegaan

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.