to make/ give (a) side(s), edge etc.
Andere betekenissen: to (put up a) fight, pose opposition · to make lace
Tegenwoordige tijd (ik)kant
Verleden tijd (ik)kantte
Voltooid deelwoordgekant
Volledige vervoeging van het werkwoord kanten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik kant
jij kant
u kant
hij/zij/het kant
wij kanten
jullie kanten
zij kanten
Verleden tijd
ik kantte
jij kantte
u kantte
hij/zij/het kantte
wij kantten
jullie kantten
zij kantten
Gebiedende wijs
Imperatief
kant
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
kanten
Gerundium
kanten
Onvoltooid deelwoord
kantend
Voltooid deelwoord
gekant
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.