Vervoeging van kamperen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

kamperen
to camp, camp put, encamp, go camping
weak
Tegenwoordige tijd (ik)kampeer
Verleden tijd (ik)kampeerde
Voltooid deelwoordgekampeerd
Volledige vervoeging van het werkwoord kamperen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik kampeer
jij kampeert (inversie: kampeer jij)
u kampeert
hij/zij/het kampeert
wij kamperen
jullie kamperen
zij kamperen

Verleden tijd

ik kampeerde
jij kampeerde
u kampeerde
hij/zij/het kampeerde
wij kampeerden
jullie kampeerden
zij kampeerden

Gebiedende wijs

Imperatief

kampeer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

kamperen

Gerundium

kamperen

Onvoltooid deelwoord

kamperend

Voltooid deelwoord

gekampeerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.