Vervoeging van kakelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

kakelen
to cackle; to make a sharp, broken noise or cry, as a hen or goose does
weak
Tegenwoordige tijd (ik)kakel
Verleden tijd (ik)kakelde
Voltooid deelwoordgekakeld
Volledige vervoeging van het werkwoord kakelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik kakel
jij kakelt (inversie: kakel jij)
u kakelt
hij/zij/het kakelt
wij kakelen
jullie kakelen
zij kakelen

Verleden tijd

ik kakelde
jij kakelde
u kakelde
hij/zij/het kakelde
wij kakelden
jullie kakelden
zij kakelden

Gebiedende wijs

Imperatief

kakel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

kakelen

Gerundium

kakelen

Onvoltooid deelwoord

kakelend

Voltooid deelwoord

gekakeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.