Vervoeging van kaartspelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

kaartspelen
to play cards
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)speel kaart
Verleden tijd (ik)speelde kaart
Voltooid deelwoordkaartgespeeld
Volledige vervoeging van het werkwoord kaartspelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik speel kaart
jij speelt kaart (inversie: speel kaart jij)
u speelt kaart
hij/zij/het speelt kaart
wij spelen kaart
jullie spelen kaart
zij spelen kaart

Verleden tijd

ik speelde kaart
jij speelde kaart
u speelde kaart
hij/zij/het speelde kaart
wij speelden kaart
jullie speelden kaart
zij speelden kaart

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik kaartspeel
(dat) jij kaartspeelt
(dat) u kaartspeelt
(dat) hij/zij/het kaartspeelt
(dat) wij kaartspelen
(dat) jullie kaartspelen
(dat) zij kaartspelen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik kaartspeelde
(dat) jij kaartspeelde
(dat) u kaartspeelde
(dat) hij/zij/het kaartspeelde
(dat) wij kaartspeelden
(dat) jullie kaartspeelden
(dat) zij kaartspeelden

Gebiedende wijs

Imperatief

speel kaart

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

kaartspelen

Gerundium

kaartspelen

Onvoltooid deelwoord

kaartspelend

Voltooid deelwoord

kaartgespeeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.