Vervoeging van jubelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

jubelen
to jubilate, rejoice
weak
Tegenwoordige tijd (ik)jubel
Verleden tijd (ik)jubelde
Voltooid deelwoordgejubeld
Volledige vervoeging van het werkwoord jubelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik jubel
jij jubelt (inversie: jubel jij)
u jubelt
hij/zij/het jubelt
wij jubelen
jullie jubelen
zij jubelen

Verleden tijd

ik jubelde
jij jubelde
u jubelde
hij/zij/het jubelde
wij jubelden
jullie jubelden
zij jubelden

Gebiedende wijs

Imperatief

jubel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

jubelen

Gerundium

jubelen

Onvoltooid deelwoord

jubelend

Voltooid deelwoord

gejubeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.