Vervoeging van jagen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

jagen
to hunt
strong weak
Tegenwoordige tijd (ik)jaag
Verleden tijd (ik)joeg
Voltooid deelwoordgejaagd
Volledige vervoeging van het werkwoord jagen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik jaag
jij jaagt (inversie: jaag jij)
u jaagt
hij/zij/het jaagt
wij jagen
jullie jagen
zij jagen

Verleden tijd

ik joeg
jij joeg
u joeg
hij/zij/het joeg
wij joegen
jullie joegen
zij joegen

Gebiedende wijs

Imperatief

jaag

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

jagen

Gerundium

jagen

Onvoltooid deelwoord

jagend

Voltooid deelwoord

gejaagd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.