to hunt
Tegenwoordige tijd (ik)jaag
Verleden tijd (ik)joeg
Voltooid deelwoordgejaagd
Volledige vervoeging van het werkwoord jagen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik jaag
jij jaagt (inversie: jaag jij)
u jaagt
hij/zij/het jaagt
wij jagen
jullie jagen
zij jagen
Verleden tijd
ik joeg
jij joeg
u joeg
hij/zij/het joeg
wij joegen
jullie joegen
zij joegen
Gebiedende wijs
Imperatief
jaag
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
jagen
Gerundium
jagen
Onvoltooid deelwoord
jagend
Voltooid deelwoord
gejaagd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.