Vervoeging van irrigeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

irrigeren
to irrigate
weak
Tegenwoordige tijd (ik)irrigeer
Verleden tijd (ik)irrigeerde
Voltooid deelwoordgeïrrigeerd
Volledige vervoeging van het werkwoord irrigeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik irrigeer
jij irrigeert (inversie: irrigeer jij)
u irrigeert
hij/zij/het irrigeert
wij irrigeren
jullie irrigeren
zij irrigeren

Verleden tijd

ik irrigeerde
jij irrigeerde
u irrigeerde
hij/zij/het irrigeerde
wij irrigeerden
jullie irrigeerden
zij irrigeerden

Gebiedende wijs

Imperatief

irrigeer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

irrigeren

Gerundium

irrigeren

Onvoltooid deelwoord

irrigerend

Voltooid deelwoord

geïrrigeerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.