Vervoeging van inzoomen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

inzoomen
to zoom in
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zoom in
Verleden tijd (ik)zoomde in
Voltooid deelwoordingezoomd
Volledige vervoeging van het werkwoord inzoomen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zoom in
jij zoomt in (inversie: zoom in jij)
u zoomt in
hij/zij/het zoomt in
wij zoomen in
jullie zoomen in
zij zoomen in

Verleden tijd

ik zoomde in
jij zoomde in
u zoomde in
hij/zij/het zoomde in
wij zoomden in
jullie zoomden in
zij zoomden in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik inzoom
(dat) jij inzoomt
(dat) u inzoomt
(dat) hij/zij/het inzoomt
(dat) wij inzoomen
(dat) jullie inzoomen
(dat) zij inzoomen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik inzoomde
(dat) jij inzoomde
(dat) u inzoomde
(dat) hij/zij/het inzoomde
(dat) wij inzoomden
(dat) jullie inzoomden
(dat) zij inzoomden

Gebiedende wijs

Imperatief

zoom in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

inzoomen

Gerundium

inzoomen

Onvoltooid deelwoord

inzoomend

Voltooid deelwoord

ingezoomd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.