Vervoeging van inzepen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

inzepen
to soap, to lather
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zeep in
Verleden tijd (ik)zeepte in
Voltooid deelwoordingezeept
Volledige vervoeging van het werkwoord inzepen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zeep in
jij zeept in (inversie: zeep in jij)
u zeept in
hij/zij/het zeept in
wij zepen in
jullie zepen in
zij zepen in

Verleden tijd

ik zeepte in
jij zeepte in
u zeepte in
hij/zij/het zeepte in
wij zeepten in
jullie zeepten in
zij zeepten in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik inzeep
(dat) jij inzeept
(dat) u inzeept
(dat) hij/zij/het inzeept
(dat) wij inzepen
(dat) jullie inzepen
(dat) zij inzepen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik inzeepte
(dat) jij inzeepte
(dat) u inzeepte
(dat) hij/zij/het inzeepte
(dat) wij inzeepten
(dat) jullie inzeepten
(dat) zij inzeepten

Gebiedende wijs

Imperatief

zeep in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

inzepen

Gerundium

inzepen

Onvoltooid deelwoord

inzepend

Voltooid deelwoord

ingezeept

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.