to gather together, to collect (from somewhere, e.g. charity)
Tegenwoordige tijd (ik)zamel in
Verleden tijd (ik)zamelde in
Voltooid deelwoordingezameld
Volledige vervoeging van het werkwoord inzamelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik zamel in
jij zamelt in (inversie: zamel in jij)
u zamelt in
hij/zij/het zamelt in
wij zamelen in
jullie zamelen in
zij zamelen in
Verleden tijd
ik zamelde in
jij zamelde in
u zamelde in
hij/zij/het zamelde in
wij zamelden in
jullie zamelden in
zij zamelden in
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik inzamel
(dat) jij inzamelt
(dat) u inzamelt
(dat) hij/zij/het inzamelt
(dat) wij inzamelen
(dat) jullie inzamelen
(dat) zij inzamelen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik inzamelde
(dat) jij inzamelde
(dat) u inzamelde
(dat) hij/zij/het inzamelde
(dat) wij inzamelden
(dat) jullie inzamelden
(dat) zij inzamelden
Gebiedende wijs
Imperatief
zamel in
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
inzamelen
Gerundium
inzamelen
Onvoltooid deelwoord
inzamelend
Voltooid deelwoord
ingezameld
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.