Vervoeging van inzaaien

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

inzaaien
to sow seed into a (tract of soil)
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zaai in
Verleden tijd (ik)zaaide in
Voltooid deelwoordingezaaid
Volledige vervoeging van het werkwoord inzaaien: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zaai in
jij zaait in (inversie: zaai in jij)
u zaait in
hij/zij/het zaait in
wij zaaien in
jullie zaaien in
zij zaaien in

Verleden tijd

ik zaaide in
jij zaaide in
u zaaide in
hij/zij/het zaaide in
wij zaaiden in
jullie zaaiden in
zij zaaiden in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik inzaai
(dat) jij inzaait
(dat) u inzaait
(dat) hij/zij/het inzaait
(dat) wij inzaaien
(dat) jullie inzaaien
(dat) zij inzaaien

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik inzaaide
(dat) jij inzaaide
(dat) u inzaaide
(dat) hij/zij/het inzaaide
(dat) wij inzaaiden
(dat) jullie inzaaiden
(dat) zij inzaaiden

Gebiedende wijs

Imperatief

zaai in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

inzaaien

Gerundium

inzaaien

Onvoltooid deelwoord

inzaaiend

Voltooid deelwoord

ingezaaid

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.