Vervoeging van inwilligen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

inwilligen
to grant, accede
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)willig in
Verleden tijd (ik)willigde in
Voltooid deelwoordingewilligd
Volledige vervoeging van het werkwoord inwilligen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik willig in
jij willigt in (inversie: willig in jij)
u willigt in
hij/zij/het willigt in
wij willigen in
jullie willigen in
zij willigen in

Verleden tijd

ik willigde in
jij willigde in
u willigde in
hij/zij/het willigde in
wij willigden in
jullie willigden in
zij willigden in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik inwillig
(dat) jij inwilligt
(dat) u inwilligt
(dat) hij/zij/het inwilligt
(dat) wij inwilligen
(dat) jullie inwilligen
(dat) zij inwilligen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik inwilligde
(dat) jij inwilligde
(dat) u inwilligde
(dat) hij/zij/het inwilligde
(dat) wij inwilligden
(dat) jullie inwilligden
(dat) zij inwilligden

Gebiedende wijs

Imperatief

willig in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

inwilligen

Gerundium

inwilligen

Onvoltooid deelwoord

inwilligend

Voltooid deelwoord

ingewilligd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.