Vervoeging van inwikkelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

inwikkelen
to wrap, to wrap in
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)wikkel in
Verleden tijd (ik)wikkelde in
Voltooid deelwoordingewikkeld
Volledige vervoeging van het werkwoord inwikkelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik wikkel in
jij wikkelt in (inversie: wikkel in jij)
u wikkelt in
hij/zij/het wikkelt in
wij wikkelen in
jullie wikkelen in
zij wikkelen in

Verleden tijd

ik wikkelde in
jij wikkelde in
u wikkelde in
hij/zij/het wikkelde in
wij wikkelden in
jullie wikkelden in
zij wikkelden in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik inwikkel
(dat) jij inwikkelt
(dat) u inwikkelt
(dat) hij/zij/het inwikkelt
(dat) wij inwikkelen
(dat) jullie inwikkelen
(dat) zij inwikkelen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik inwikkelde
(dat) jij inwikkelde
(dat) u inwikkelde
(dat) hij/zij/het inwikkelde
(dat) wij inwikkelden
(dat) jullie inwikkelden
(dat) zij inwikkelden

Gebiedende wijs

Imperatief

wikkel in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

inwikkelen

Gerundium

inwikkelen

Onvoltooid deelwoord

inwikkelend

Voltooid deelwoord

ingewikkeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.