Vervoeging van inwerpen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

inwerpen
to throw in
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)werp in
Verleden tijd (ik)wierp in
Voltooid deelwoordingeworpen
Volledige vervoeging van het werkwoord inwerpen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik werp in
jij werpt in (inversie: werp in jij)
u werpt in
hij/zij/het werpt in
wij werpen in
jullie werpen in
zij werpen in

Verleden tijd

ik wierp in
jij wierp in
u wierp in
hij/zij/het wierp in
wij wierpen in
jullie wierpen in
zij wierpen in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik inwerp
(dat) jij inwerpt
(dat) u inwerpt
(dat) hij/zij/het inwerpt
(dat) wij inwerpen
(dat) jullie inwerpen
(dat) zij inwerpen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik inwierp
(dat) jij inwierp
(dat) u inwierp
(dat) hij/zij/het inwierp
(dat) wij inwierpen
(dat) jullie inwierpen
(dat) zij inwierpen

Gebiedende wijs

Imperatief

werp in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

inwerpen

Gerundium

inwerpen

Onvoltooid deelwoord

inwerpend

Voltooid deelwoord

ingeworpen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.