Vervoeging van inwerken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

inwerken
to impact, to act
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)werk in
Verleden tijd (ik)werkte in
Voltooid deelwoordingewerkt
Volledige vervoeging van het werkwoord inwerken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik werk in
jij werkt in (inversie: werk in jij)
u werkt in
hij/zij/het werkt in
wij werken in
jullie werken in
zij werken in

Verleden tijd

ik werkte in
jij werkte in
u werkte in
hij/zij/het werkte in
wij werkten in
jullie werkten in
zij werkten in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik inwerk
(dat) jij inwerkt
(dat) u inwerkt
(dat) hij/zij/het inwerkt
(dat) wij inwerken
(dat) jullie inwerken
(dat) zij inwerken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik inwerkte
(dat) jij inwerkte
(dat) u inwerkte
(dat) hij/zij/het inwerkte
(dat) wij inwerkten
(dat) jullie inwerkten
(dat) zij inwerkten

Gebiedende wijs

Imperatief

werk in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

inwerken

Gerundium

inwerken

Onvoltooid deelwoord

inwerkend

Voltooid deelwoord

ingewerkt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.