Vervoeging van invriezen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

invriezen
to freeze in; to freeze
irregular separable strong
scheidbaar
onregelmatig
Tegenwoordige tijd (ik)vries in
Verleden tijd (ik)vroor in
Voltooid deelwoordingevroren
Volledige vervoeging van het werkwoord invriezen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik vries in
jij vriest in (inversie: vries in jij)
u vriest in
hij/zij/het vriest in
wij vriezen in
jullie vriezen in
zij vriezen in

Verleden tijd

ik vroor in
jij vroor in
u vroor in
hij/zij/het vroor in
wij vroren in
jullie vroren in
zij vroren in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik invries
(dat) jij invriest
(dat) u invriest
(dat) hij/zij/het invriest
(dat) wij invriezen
(dat) jullie invriezen
(dat) zij invriezen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik invroor
(dat) jij invroor
(dat) u invroor
(dat) hij/zij/het invroor
(dat) wij invroren
(dat) jullie invroren
(dat) zij invroren

Gebiedende wijs

Imperatief

vries in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

invriezen

Gerundium

invriezen

Onvoltooid deelwoord

invriezend

Voltooid deelwoord

ingevroren

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.