Vervoeging van invangen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

invangen
to capture
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)vang in
Verleden tijd (ik)ving in
Voltooid deelwoordingevangen
Volledige vervoeging van het werkwoord invangen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik vang in
jij vangt in (inversie: vang in jij)
u vangt in
hij/zij/het vangt in
wij vangen in
jullie vangen in
zij vangen in

Verleden tijd

ik ving in
jij ving in
u ving in
hij/zij/het ving in
wij vingen in
jullie vingen in
zij vingen in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik invang
(dat) jij invangt
(dat) u invangt
(dat) hij/zij/het invangt
(dat) wij invangen
(dat) jullie invangen
(dat) zij invangen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik inving
(dat) jij inving
(dat) u inving
(dat) hij/zij/het inving
(dat) wij invingen
(dat) jullie invingen
(dat) zij invingen

Gebiedende wijs

Imperatief

vang in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

invangen

Gerundium

invangen

Onvoltooid deelwoord

invangend

Voltooid deelwoord

ingevangen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.