Vervoeging van invallen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

invallen
to fall into
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)val in
Verleden tijd (ik)viel in
Voltooid deelwoordingevallen
Volledige vervoeging van het werkwoord invallen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik val in
jij valt in (inversie: val in jij)
u valt in
hij/zij/het valt in
wij vallen in
jullie vallen in
zij vallen in

Verleden tijd

ik viel in
jij viel in
u viel in
hij/zij/het viel in
wij vielen in
jullie vielen in
zij vielen in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik inval
(dat) jij invalt
(dat) u invalt
(dat) hij/zij/het invalt
(dat) wij invallen
(dat) jullie invallen
(dat) zij invallen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik inviel
(dat) jij inviel
(dat) u inviel
(dat) hij/zij/het inviel
(dat) wij invielen
(dat) jullie invielen
(dat) zij invielen

Gebiedende wijs

Imperatief

val in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

invallen

Gerundium

invallen

Onvoltooid deelwoord

invallend

Voltooid deelwoord

ingevallen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.