Vervoeging van intrekken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

intrekken
to withdraw, revoke
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)trek in
Verleden tijd (ik)trok in
Voltooid deelwoordingetrokken
Volledige vervoeging van het werkwoord intrekken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik trek in
jij trekt in (inversie: trek in jij)
u trekt in
hij/zij/het trekt in
wij trekken in
jullie trekken in
zij trekken in

Verleden tijd

ik trok in
jij trok in
u trok in
hij/zij/het trok in
wij trokken in
jullie trokken in
zij trokken in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik intrek
(dat) jij intrekt
(dat) u intrekt
(dat) hij/zij/het intrekt
(dat) wij intrekken
(dat) jullie intrekken
(dat) zij intrekken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik introk
(dat) jij introk
(dat) u introk
(dat) hij/zij/het introk
(dat) wij introkken
(dat) jullie introkken
(dat) zij introkken

Gebiedende wijs

Imperatief

trek in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

intrekken

Gerundium

intrekken

Onvoltooid deelwoord

intrekkend

Voltooid deelwoord

ingetrokken

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.