Vervoeging van intreden

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

intreden
to enter, go in
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)treed in
Verleden tijd (ik)trad in
Voltooid deelwoordingetreden
Volledige vervoeging van het werkwoord intreden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik treed in
jij treedt in (inversie: treed in jij)
u treedt in
hij/zij/het treedt in
wij treden in
jullie treden in
zij treden in

Verleden tijd

ik trad in
jij trad in
u trad in
hij/zij/het trad in
wij traden in
jullie traden in
zij traden in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik intreed
(dat) jij intreedt
(dat) u intreedt
(dat) hij/zij/het intreedt
(dat) wij intreden
(dat) jullie intreden
(dat) zij intreden

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik intrad
(dat) jij intrad
(dat) u intrad
(dat) hij/zij/het intrad
(dat) wij intraden
(dat) jullie intraden
(dat) zij intraden

Gebiedende wijs

Imperatief

treed in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

intreden

Gerundium

intreden

Onvoltooid deelwoord

intredend

Voltooid deelwoord

ingetreden

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.