Vervoeging van instrueren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

instrueren
to instruct
weak
Tegenwoordige tijd (ik)instrueer
Verleden tijd (ik)instrueerde
Voltooid deelwoordgeïnstrueerd
Volledige vervoeging van het werkwoord instrueren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik instrueer
jij instrueert (inversie: instrueer jij)
u instrueert
hij/zij/het instrueert
wij instrueren
jullie instrueren
zij instrueren

Verleden tijd

ik instrueerde
jij instrueerde
u instrueerde
hij/zij/het instrueerde
wij instrueerden
jullie instrueerden
zij instrueerden

Gebiedende wijs

Imperatief

instrueer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

instrueren

Gerundium

instrueren

Onvoltooid deelwoord

instruerend

Voltooid deelwoord

geïnstrueerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.