Vervoeging van instorten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

instorten
to collapse
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)stort in
Verleden tijd (ik)stortte in
Voltooid deelwoordingestort
Volledige vervoeging van het werkwoord instorten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik stort in
jij stort in
u stort in
hij/zij/het stort in
wij storten in
jullie storten in
zij storten in

Verleden tijd

ik stortte in
jij stortte in
u stortte in
hij/zij/het stortte in
wij stortten in
jullie stortten in
zij stortten in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik instort
(dat) jij instort
(dat) u instort
(dat) hij/zij/het instort
(dat) wij instorten
(dat) jullie instorten
(dat) zij instorten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik instortte
(dat) jij instortte
(dat) u instortte
(dat) hij/zij/het instortte
(dat) wij instortten
(dat) jullie instortten
(dat) zij instortten

Gebiedende wijs

Imperatief

stort in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

instorten

Gerundium

instorten

Onvoltooid deelwoord

instortend

Voltooid deelwoord

ingestort

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.