Vervoeging van instellen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

instellen
to set (up), to configure
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)stel in
Verleden tijd (ik)stelde in
Voltooid deelwoordingesteld
Volledige vervoeging van het werkwoord instellen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik stel in
jij stelt in (inversie: stel in jij)
u stelt in
hij/zij/het stelt in
wij stellen in
jullie stellen in
zij stellen in

Verleden tijd

ik stelde in
jij stelde in
u stelde in
hij/zij/het stelde in
wij stelden in
jullie stelden in
zij stelden in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik instel
(dat) jij instelt
(dat) u instelt
(dat) hij/zij/het instelt
(dat) wij instellen
(dat) jullie instellen
(dat) zij instellen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik instelde
(dat) jij instelde
(dat) u instelde
(dat) hij/zij/het instelde
(dat) wij instelden
(dat) jullie instelden
(dat) zij instelden

Gebiedende wijs

Imperatief

stel in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

instellen

Gerundium

instellen

Onvoltooid deelwoord

instellend

Voltooid deelwoord

ingesteld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.