Vervoeging van insteken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

insteken
to stab
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)steek in
Verleden tijd (ik)stak in
Voltooid deelwoordingestoken
Volledige vervoeging van het werkwoord insteken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik steek in
jij steekt in (inversie: steek in jij)
u steekt in
hij/zij/het steekt in
wij steken in
jullie steken in
zij steken in

Verleden tijd

ik stak in
jij stak in
u stak in
hij/zij/het stak in
wij staken in
jullie staken in
zij staken in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik insteek
(dat) jij insteekt
(dat) u insteekt
(dat) hij/zij/het insteekt
(dat) wij insteken
(dat) jullie insteken
(dat) zij insteken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik instak
(dat) jij instak
(dat) u instak
(dat) hij/zij/het instak
(dat) wij instaken
(dat) jullie instaken
(dat) zij instaken

Gebiedende wijs

Imperatief

steek in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

insteken

Gerundium

insteken

Onvoltooid deelwoord

instekend

Voltooid deelwoord

ingestoken

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.