to stab
Tegenwoordige tijd (ik)steek in
Verleden tijd (ik)stak in
Voltooid deelwoordingestoken
Volledige vervoeging van het werkwoord insteken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik steek in
jij steekt in (inversie: steek in jij)
u steekt in
hij/zij/het steekt in
wij steken in
jullie steken in
zij steken in
Verleden tijd
ik stak in
jij stak in
u stak in
hij/zij/het stak in
wij staken in
jullie staken in
zij staken in
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik insteek
(dat) jij insteekt
(dat) u insteekt
(dat) hij/zij/het insteekt
(dat) wij insteken
(dat) jullie insteken
(dat) zij insteken
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik instak
(dat) jij instak
(dat) u instak
(dat) hij/zij/het instak
(dat) wij instaken
(dat) jullie instaken
(dat) zij instaken
Gebiedende wijs
Imperatief
steek in
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
insteken
Gerundium
insteken
Onvoltooid deelwoord
instekend
Voltooid deelwoord
ingestoken
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.