Vervoeging van inspelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

inspelen
to react to, to capitalize on (to respond to certain circumstances with action or behaviour)
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)speel in
Verleden tijd (ik)speelde in
Voltooid deelwoordingespeeld
Volledige vervoeging van het werkwoord inspelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik speel in
jij speelt in (inversie: speel in jij)
u speelt in
hij/zij/het speelt in
wij spelen in
jullie spelen in
zij spelen in

Verleden tijd

ik speelde in
jij speelde in
u speelde in
hij/zij/het speelde in
wij speelden in
jullie speelden in
zij speelden in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik inspeel
(dat) jij inspeelt
(dat) u inspeelt
(dat) hij/zij/het inspeelt
(dat) wij inspelen
(dat) jullie inspelen
(dat) zij inspelen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik inspeelde
(dat) jij inspeelde
(dat) u inspeelde
(dat) hij/zij/het inspeelde
(dat) wij inspeelden
(dat) jullie inspeelden
(dat) zij inspeelden

Gebiedende wijs

Imperatief

speel in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

inspelen

Gerundium

inspelen

Onvoltooid deelwoord

inspelend

Voltooid deelwoord

ingespeeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.