to react to, to capitalize on (to respond to certain circumstances with action or behaviour)
Tegenwoordige tijd (ik)speel in
Verleden tijd (ik)speelde in
Voltooid deelwoordingespeeld
Volledige vervoeging van het werkwoord inspelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik speel in
jij speelt in (inversie: speel in jij)
u speelt in
hij/zij/het speelt in
wij spelen in
jullie spelen in
zij spelen in
Verleden tijd
ik speelde in
jij speelde in
u speelde in
hij/zij/het speelde in
wij speelden in
jullie speelden in
zij speelden in
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik inspeel
(dat) jij inspeelt
(dat) u inspeelt
(dat) hij/zij/het inspeelt
(dat) wij inspelen
(dat) jullie inspelen
(dat) zij inspelen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik inspeelde
(dat) jij inspeelde
(dat) u inspeelde
(dat) hij/zij/het inspeelde
(dat) wij inspeelden
(dat) jullie inspeelden
(dat) zij inspeelden
Gebiedende wijs
Imperatief
speel in
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
inspelen
Gerundium
inspelen
Onvoltooid deelwoord
inspelend
Voltooid deelwoord
ingespeeld
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.