to put horses, ponies, donkeys or oxen in front of a cart or carriage
Tegenwoordige tijd (ik)span in
Verleden tijd (ik)spande in
Voltooid deelwoordingespannen
Volledige vervoeging van het werkwoord inspannen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik span in
jij spant in (inversie: span in jij)
u spant in
hij/zij/het spant in
wij spannen in
jullie spannen in
zij spannen in
Verleden tijd
ik spande in
jij spande in
u spande in
hij/zij/het spande in
wij spanden in
jullie spanden in
zij spanden in
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik inspan
(dat) jij inspant
(dat) u inspant
(dat) hij/zij/het inspant
(dat) wij inspannen
(dat) jullie inspannen
(dat) zij inspannen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik inspande
(dat) jij inspande
(dat) u inspande
(dat) hij/zij/het inspande
(dat) wij inspanden
(dat) jullie inspanden
(dat) zij inspanden
Gebiedende wijs
Imperatief
span in
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
inspannen
Gerundium
inspannen
Onvoltooid deelwoord
inspannend
Voltooid deelwoord
ingespannen
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.