Vervoeging van insmeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

insmeren
to rub in, to smear
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)smeer in
Verleden tijd (ik)smeerde in
Voltooid deelwoordingesmeerd
Volledige vervoeging van het werkwoord insmeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik smeer in
jij smeert in (inversie: smeer in jij)
u smeert in
hij/zij/het smeert in
wij smeren in
jullie smeren in
zij smeren in

Verleden tijd

ik smeerde in
jij smeerde in
u smeerde in
hij/zij/het smeerde in
wij smeerden in
jullie smeerden in
zij smeerden in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik insmeer
(dat) jij insmeert
(dat) u insmeert
(dat) hij/zij/het insmeert
(dat) wij insmeren
(dat) jullie insmeren
(dat) zij insmeren

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik insmeerde
(dat) jij insmeerde
(dat) u insmeerde
(dat) hij/zij/het insmeerde
(dat) wij insmeerden
(dat) jullie insmeerden
(dat) zij insmeerden

Gebiedende wijs

Imperatief

smeer in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

insmeren

Gerundium

insmeren

Onvoltooid deelwoord

insmerend

Voltooid deelwoord

ingesmeerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.