to slip through, to creep in
Tegenwoordige tijd (ik)sluip in
Verleden tijd (ik)sloop in
Voltooid deelwoordingeslopen
Volledige vervoeging van het werkwoord insluipen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik sluip in
jij sluipt in (inversie: sluip in jij)
u sluipt in
hij/zij/het sluipt in
wij sluipen in
jullie sluipen in
zij sluipen in
Verleden tijd
ik sloop in
jij sloop in
u sloop in
hij/zij/het sloop in
wij slopen in
jullie slopen in
zij slopen in
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik insluip
(dat) jij insluipt
(dat) u insluipt
(dat) hij/zij/het insluipt
(dat) wij insluipen
(dat) jullie insluipen
(dat) zij insluipen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik insloop
(dat) jij insloop
(dat) u insloop
(dat) hij/zij/het insloop
(dat) wij inslopen
(dat) jullie inslopen
(dat) zij inslopen
Gebiedende wijs
Imperatief
sluip in
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
insluipen
Gerundium
insluipen
Onvoltooid deelwoord
insluipend
Voltooid deelwoord
ingeslopen
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.