Vervoeging van inschenken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

inschenken
to pour
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)schenk in
Verleden tijd (ik)schonk in
Voltooid deelwoordingeschonken
Volledige vervoeging van het werkwoord inschenken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik schenk in
jij schenkt in (inversie: schenk in jij)
u schenkt in
hij/zij/het schenkt in
wij schenken in
jullie schenken in
zij schenken in

Verleden tijd

ik schonk in
jij schonk in
u schonk in
hij/zij/het schonk in
wij schonken in
jullie schonken in
zij schonken in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik inschenk
(dat) jij inschenkt
(dat) u inschenkt
(dat) hij/zij/het inschenkt
(dat) wij inschenken
(dat) jullie inschenken
(dat) zij inschenken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik inschonk
(dat) jij inschonk
(dat) u inschonk
(dat) hij/zij/het inschonk
(dat) wij inschonken
(dat) jullie inschonken
(dat) zij inschonken

Gebiedende wijs

Imperatief

schenk in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

inschenken

Gerundium

inschenken

Onvoltooid deelwoord

inschenkend

Voltooid deelwoord

ingeschonken

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.