Vervoeging van inschatten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

inschatten
to assess, to evaluate
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)schat in
Verleden tijd (ik)schatte in
Voltooid deelwoordingeschat
Volledige vervoeging van het werkwoord inschatten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik schat in
jij schat in
u schat in
hij/zij/het schat in
wij schatten in
jullie schatten in
zij schatten in

Verleden tijd

ik schatte in
jij schatte in
u schatte in
hij/zij/het schatte in
wij schatten in
jullie schatten in
zij schatten in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik inschat
(dat) jij inschat
(dat) u inschat
(dat) hij/zij/het inschat
(dat) wij inschatten
(dat) jullie inschatten
(dat) zij inschatten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik inschatte
(dat) jij inschatte
(dat) u inschatte
(dat) hij/zij/het inschatte
(dat) wij inschatten
(dat) jullie inschatten
(dat) zij inschatten

Gebiedende wijs

Imperatief

schat in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

inschatten

Gerundium

inschatten

Onvoltooid deelwoord

inschattend

Voltooid deelwoord

ingeschat

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.