Vervoeging van inrijden

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

inrijden
to drive or ride into
irregular separable strong
scheidbaar
onregelmatig
Tegenwoordige tijd (ik)rij in / rijd in
Verleden tijd (ik)reed in
Voltooid deelwoordingereden
Volledige vervoeging van het werkwoord inrijden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik rij in / rijd in
jij rijdt in / rij in / rijd in
u rijdt in
hij/zij/het rijdt in
wij rijden in
jullie rijden in
zij rijden in

Verleden tijd

ik reed in
jij reed in
u reed in
hij/zij/het reed in
wij reden in
jullie reden in
zij reden in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik inrij / inrijd
(dat) jij inrijdt
(dat) u inrijdt
(dat) hij/zij/het inrijdt
(dat) wij inrijden
(dat) jullie inrijden
(dat) zij inrijden

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik inreed
(dat) jij inreed
(dat) u inreed
(dat) hij/zij/het inreed
(dat) wij inreden
(dat) jullie inreden
(dat) zij inreden

Gebiedende wijs

Imperatief

rij in / rijd in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

inrijden

Gerundium

inrijden

Onvoltooid deelwoord

inrijdend

Voltooid deelwoord

ingereden

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.