Vervoeging van inrichten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

inrichten
to arrange, organize
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)richt in
Verleden tijd (ik)richtte in
Voltooid deelwoordingericht
Volledige vervoeging van het werkwoord inrichten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik richt in
jij richt in
u richt in
hij/zij/het richt in
wij richten in
jullie richten in
zij richten in

Verleden tijd

ik richtte in
jij richtte in
u richtte in
hij/zij/het richtte in
wij richtten in
jullie richtten in
zij richtten in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik inricht
(dat) jij inricht
(dat) u inricht
(dat) hij/zij/het inricht
(dat) wij inrichten
(dat) jullie inrichten
(dat) zij inrichten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik inrichtte
(dat) jij inrichtte
(dat) u inrichtte
(dat) hij/zij/het inrichtte
(dat) wij inrichtten
(dat) jullie inrichtten
(dat) zij inrichtten

Gebiedende wijs

Imperatief

richt in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

inrichten

Gerundium

inrichten

Onvoltooid deelwoord

inrichtend

Voltooid deelwoord

ingericht

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.