Vervoeging van inplannen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

inplannen
to schedule
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)plan in
Verleden tijd (ik)plande in
Voltooid deelwoordingepland
Volledige vervoeging van het werkwoord inplannen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik plan in
jij plant in (inversie: plan in jij)
u plant in
hij/zij/het plant in
wij plannen in
jullie plannen in
zij plannen in

Verleden tijd

ik plande in
jij plande in
u plande in
hij/zij/het plande in
wij planden in
jullie planden in
zij planden in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik inplan
(dat) jij inplant
(dat) u inplant
(dat) hij/zij/het inplant
(dat) wij inplannen
(dat) jullie inplannen
(dat) zij inplannen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik inplande
(dat) jij inplande
(dat) u inplande
(dat) hij/zij/het inplande
(dat) wij inplanden
(dat) jullie inplanden
(dat) zij inplanden

Gebiedende wijs

Imperatief

plan in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

inplannen

Gerundium

inplannen

Onvoltooid deelwoord

inplannend

Voltooid deelwoord

ingepland

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.