Vervoeging van inpeperen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

inpeperen
to pepper, to cover with pepper
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)peper in
Verleden tijd (ik)peperde in
Voltooid deelwoordingepeperd
Volledige vervoeging van het werkwoord inpeperen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik peper in
jij pepert in (inversie: peper in jij)
u pepert in
hij/zij/het pepert in
wij peperen in
jullie peperen in
zij peperen in

Verleden tijd

ik peperde in
jij peperde in
u peperde in
hij/zij/het peperde in
wij peperden in
jullie peperden in
zij peperden in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik inpeper
(dat) jij inpepert
(dat) u inpepert
(dat) hij/zij/het inpepert
(dat) wij inpeperen
(dat) jullie inpeperen
(dat) zij inpeperen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik inpeperde
(dat) jij inpeperde
(dat) u inpeperde
(dat) hij/zij/het inpeperde
(dat) wij inpeperden
(dat) jullie inpeperden
(dat) zij inpeperden

Gebiedende wijs

Imperatief

peper in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

inpeperen

Gerundium

inpeperen

Onvoltooid deelwoord

inpeperend

Voltooid deelwoord

ingepeperd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.