Vervoeging van inparkeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

inparkeren
to park in
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)parkeer in
Verleden tijd (ik)parkeerde in
Voltooid deelwoordingeparkeerd
Volledige vervoeging van het werkwoord inparkeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik parkeer in
jij parkeert in (inversie: parkeer in jij)
u parkeert in
hij/zij/het parkeert in
wij parkeren in
jullie parkeren in
zij parkeren in

Verleden tijd

ik parkeerde in
jij parkeerde in
u parkeerde in
hij/zij/het parkeerde in
wij parkeerden in
jullie parkeerden in
zij parkeerden in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik inparkeer
(dat) jij inparkeert
(dat) u inparkeert
(dat) hij/zij/het inparkeert
(dat) wij inparkeren
(dat) jullie inparkeren
(dat) zij inparkeren

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik inparkeerde
(dat) jij inparkeerde
(dat) u inparkeerde
(dat) hij/zij/het inparkeerde
(dat) wij inparkeerden
(dat) jullie inparkeerden
(dat) zij inparkeerden

Gebiedende wijs

Imperatief

parkeer in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

inparkeren

Gerundium

inparkeren

Onvoltooid deelwoord

inparkerend

Voltooid deelwoord

ingeparkeerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.