Vervoeging van inoculeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

inoculeren
to inoculate
weak
Tegenwoordige tijd (ik)inoculeer
Verleden tijd (ik)inoculeerde
Voltooid deelwoordgeïnoculeerd
Volledige vervoeging van het werkwoord inoculeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik inoculeer
jij inoculeert (inversie: inoculeer jij)
u inoculeert
hij/zij/het inoculeert
wij inoculeren
jullie inoculeren
zij inoculeren

Verleden tijd

ik inoculeerde
jij inoculeerde
u inoculeerde
hij/zij/het inoculeerde
wij inoculeerden
jullie inoculeerden
zij inoculeerden

Gebiedende wijs

Imperatief

inoculeer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

inoculeren

Gerundium

inoculeren

Onvoltooid deelwoord

inoculerend

Voltooid deelwoord

geïnoculeerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.