Vervoeging van inmaken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

inmaken
to conserve, to can, to cure
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)maak in
Verleden tijd (ik)maakte in
Voltooid deelwoordingemaakt
Volledige vervoeging van het werkwoord inmaken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik maak in
jij maakt in (inversie: maak in jij)
u maakt in
hij/zij/het maakt in
wij maken in
jullie maken in
zij maken in

Verleden tijd

ik maakte in
jij maakte in
u maakte in
hij/zij/het maakte in
wij maakten in
jullie maakten in
zij maakten in

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik inmaak
(dat) jij inmaakt
(dat) u inmaakt
(dat) hij/zij/het inmaakt
(dat) wij inmaken
(dat) jullie inmaken
(dat) zij inmaken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik inmaakte
(dat) jij inmaakte
(dat) u inmaakte
(dat) hij/zij/het inmaakte
(dat) wij inmaakten
(dat) jullie inmaakten
(dat) zij inmaakten

Gebiedende wijs

Imperatief

maak in

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

inmaken

Gerundium

inmaken

Onvoltooid deelwoord

inmakend

Voltooid deelwoord

ingemaakt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.